|
|
Fondation
Francqui-Stichting |
||
|
|
Curriculum Vitae - Verslag van de Jury - Toespraken
|
||
|
Geboren te Thames-Ditton (G.-B.) op 2 oktober 1917 Universitaire diploma's :
Doctor in de geneeskunde, Katholieke Universiteit Leuven, 1941 Funkties :
Gewoon Professor aan de Fakulteit der Geneeskunde van de Katholieke
Universiteit Leuven : fysiologische scheikunde, biochemie en cellulaire
biochemie Curriculum vitae :
Assistent aan de Katholieke Universiteit te Leuven, 1941-1944 Wetenschappelijke onderscheidingen :
Louis Empain-Prijs, 1943 * * * Verslag van de Jury (23 april 1960) Overwegende dat de heer Christian de DUVE, Professor aan de Katholieke Universiteit Leuven, een bijdrage van fundamenteel belang heeft geleverd tot de kennis van het metabolisme der koolhydraten tot de spatiale distributie der enzymen in de cel, overwegende de oorspronkelijkheid van deze werken welke algemeen worden gewaardeerd en ontegenzeglijk bijdragen tot het wetenschappelijk prestige van België, besluit de Francqui-Prijs 1960 aan de heer Christian de Duve toe te kennen. de internationaal jury waartoe behoren :
Professor P. Gérard
Professor J. Benoit
Professor E.
Brouwer
Professor M.
Dallemagne
Professor M.
Dubuisson
Professor S. J.
Folley
Professor H.
Laugier
Professor E.C.
Slater * * *
Toespraak van de heer Solvay,
Voorzitter van de Francqui-Stichting Messieurs, C'est la première fois depuis l'institution du Prix Francqui que ce Prix ne sera pas remis par le Roi. J'ai été chargé de l'honneur de vous dire combien vif est le regret que Sa Majesté éprouve de ne pouvoir aujourd'hui assister à cette cérémonie. Le Roi m'a prié de faire connaître au Professeur de Duve qu'il lui accordera audience dans un très proche avenir. Chacun comprendra les raisons majeures de la décision prise ce matin par le Roi. Nous serons unanimes à Le prier d'accepter l'hommage de notre inaltérable, reconnaissant et respectueux attachement. Le Dr. Christian de Duve, notre lauréat de ce jour, est âgé de 42 ans. Docteur en médecine en 1941 et agrégé de l'enseignement supérieur en 1945, il fut collaborateur pendant dix-huit mois du Professeur Theorell, à l'Institut Médical Nobel, à Stockholm, puis pendant six mois, du Professeur Cori, au Département de Chimie biologique de la "Washington University", à St-Louis; titulaire du Prix Scientifique Interfacultaire Louis Empain, du Prix des Alumni et du Prix Pfizer, il accéda au professorat à l'Université de Louvain en 1947. Son brillant enseignement lui confère le rang d'un chef d'école. Le Professeur de Duve participa activement à d'innombrables congrès scientifiquesn symposia et colloques internationaux et ses interventions y firent autorité. Appelé à conférencier notamment à Paris, Londres, Cambridge, Chicago et New York, le Professeur de Duve s'y affirma comme un Maître en ce domaine scientifique si passionnant qu'est celui de la biochimie, et plus particulièrement de la biochimie cellulaire. Le Jury international qui nous avions réuni à l'effet de juger l'oeuvre des candidats au Prix Francqui 1960, et qui siégea sous la présidence du Professeur Pol Gérard, a rendu son verdict le 23 avril 1960. C'est dans ces conditions que notre Conseil, unanime, porta son choix sur le Professeur de Duve. * * * Toespraak van Professor Christian de Duve
Mijnheer de Voorzitter, Veroorlooft me, in de eerste plaats, U mijn ontzagelijke vreugde uit te drukken en die van mijn familie, mijn naam te zien toevoegen aan een zo indrukwekkende palmarès als die van de Francqui-Prijs; veroorlooft me U te zeggen hoe geruststellend en aanmoedigend het is voor een navorser, zijn vertrouwen en zijn entoesiasme - de voor zijn inspanningen noodzakelijke doch subjektieve voorwaarden - objekstief te zien gesteund door het "satisfecit" van vooraanstaande personaliteiten van de wetenschappelijke wereld; en veroorlooft me eindelijk, mijn verwanten, mijn ouders, mijn vrouw en kinderen te zeggen hoe gelukkig ik ben hun vandaag een reden tot blijheid en trots te kunnen geven, als vergoeding voor de talrijke, zo grootmoedig aanvaarde offers welke hun in naam van de wetenschap werden gevraagd. Deze vreugde en deze voldoening die ik niet kan verbergen zouden nochtans nutteloos zijn en geen zin hebben, indien ik er niet in liet delen als degenen die er toe bijbrachten. Vooreerst de Instellingen welke in die Huis hun intrek namen : de Universitaire Stichting, het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, de Belgian American Educational Foundation alsook de verscheidene organismen door deze instellingen tot stand gebracht : het Francqui-Fonds, de Studerende Jeugd, het Universitair Instituut voor Kernwetenschappen, het Fonds voor Wetenschappelijk Geneeskundig Onderzoek - de lijst is lang niet volledig - waarvan de aktie onophoudelijk de Wetenschappelijke inspanning van ons land nieuwe groeikracht geeft en waaraan ik persoonlijk oneindig veel dankbaarheid ben verschuldigd, wat ik me verheug op heden in 't openbaar te kunnen verklaren. Onvermijdelijk rijst in mijn herinnering de "Rede van Seraing", en het beeld van onze wijze Vorst, Koning Albert. En hoe zou ik kunnen nalaten te gedenken, behorend tot een meer recent verleden, de Koninklijke Kommissie voorgezeten door Koning Leopold III, die België heeft gedoteerd met nieuwe instellingen, bestemd om de wetenschappelijke ontplooiing van ons land te bevorderen. Zoveel andere namen zouden moeten vernoemd doch ik mag geen misbruik maken van uw tijd en zou U vandaag dus eenvoudig mijn gevoelen willen uitdrukken van diepe erkentelijkheid voor al diegenen die dit Huis hebben opgericht en bezield, zodat het een waarachtig symbool werd van ons wetenschappelijk leven - en - meer biezonder voor hem, die sinds zoveel jarener niet allee de ziel van is maar ook de spil waar alles om draait. En nu wend ik me tot mijn Alma Mater, tot die meer dan vijfhonderdjaar oude Universiteit, waar ik het geluk had mijn studiën te doen en waaraan ik sindsdien ben verbonden en wend ik me vooral tot degene die reeds meer dan twintig jaren de drukkende, steeds zwaarder wordende lasten van haar leiding op zich neemt. U was, Excellentie, Vice-Rektor toen ik als jonge student voor de eerste maal op uw bureau werd geroepen. Daarna heeft U me nog menigmaal willen ontvangen, doch ik vermoed dat U wel eens vreesde tewoord te staan de lastige, volhardende verzoeker die ik ben geworden en die U trouwens nooit met lege handen lieg weggaan. Laat me toe U te danken voor uw edelmoedigheid en voor uw vertrouwen. Indien ik mijn bilan hier moest arresteren, zou mijn schuld van erkentelijkheid reeds verbazend groot zijn en mijn verdiensten heeft war verminderd. Er blijven me nochtans twee posten op het debet in te schrijven waarvan de omvang beslist onbeduidend maken al wat men zou geneigd zijn op mijn credit op te tekenen. Om te beginnen, al wat ik de Meesters verschuldigd ben die me hebben opgeleid. Ik kan ze niet allen opnoemen doch ik houd er aan ten minste de naam te vermelden van Professor BOUCKAERT, die me, vijfentwintig jaar geleden, de deuren van zijn laboratorium opende, waardoor ik niet alleen het dagelijkse voordeel genoot van zijn eruditie maar steeds voor mij een toonbeeld had van de hoogste wetenschappelijke deugden : integriteit, eerbied voor de waarheid, onbaatzuchtigheid, zelfverloochening; en evenees Proessor MAISIN, die me bij hem toeliet gedurende de zo moeilijke oorlogsjaren een wiens optimistisch, geestdriftig dynamisme - dat één van de ellendigste plagen van de mensheid niet aan 't wankelen vermocht te brengen - aanstekelijk op me werkte. Ook de Professoren Hugo THEORELL te Stockholm, Carl en Gerty CORTI te St. Louis dienen vernoemd; ze initieerden me tot de moderne biochemie ven vereerden me tevens met de onschatbare steun van hun vriendschap. Niets maakt het leven van een mens rijker dan het kontakt met hoogstaande wezens en ik moet wel bekennen dat ik op dat punt meer heb verkregen dan ik zou hebben durven verhopen en zelfs dubbel werd verwend want, na zoveel van mijn Meesters te hebben ontvangen, geven mijn leerlingen en mijn medewerkers me meer dat ik van hen kan verlangen. Ik vind het jammer niet over genoeg tijd te beschikken om ze allen te kunnen opnoemen en de nadruk te leggen op hun persoonlijke uitzonderlijke hoedanigheden, hoedanigheden welke van ieder van hen een niet te vervangen element maken in de door hen gevormde equipe. Daar dit niet mogelijk is wens ik toch te zeggen dat het hun werk is dat hier vandaag wordt bekroond. Het beste bewijs ervan is dat ik nooit iets anders alleen het ondertekend dan algemene overzichten of oppuntstellingen. Al de oorspronkelijke werken van mijn laboratorium hebben we samen geschreven. En hier sta ik nu, berooft van al de titels welke een oppervlakkig onderzoek me zou hebben kunnen doen toekennen, doch rijk aan een onvergelijkbare menselijke ervaring, rijk zou ik durven zeggen aan veelvuldige schulden waaraan er zich één komt toe te voegen die biezonder zwaar is. Het is me slechts mogelijk bij de herhaalde uitdrukking van mijn dankbaarheid, de verbintenis aan te gaan te beproeven ten minste een weinig terug te geven van al wat ik mocht ontvangen. * * *
|
|||