|
|
Fondation
Francqui-Stichting |
||
|
|
Plechtige uitreiking
van de Francqui-Prijs door
Curriculum Vitae - Verslag van de Jury - Toespraken Curriculum Vitae (02/12/1914 - 1969) Geboren te Brussel op 2 december 1914 Universitaire diploma's : Doctor in de wetenschappen, Katholieke Universiteit te Leuven, 1937 Funkties : Gewoon Professor aan de Fakulteit der Wetenschappen van de Katholieke Universiteit te Leuven : analytische scheikunde, minerale scheikunde, spektrochemie, fysikochemie van de verbranding. Curriculum vitae :
Docent aan de Katholieke Universiteit te Leuven,
1944-1948 * * * Verslag van de Jury (8 april 1961) Overwegende de oorspronkelijk en de draagwijdte van de nazoekingen van Professor Adolphe VAN TIGGELEN, nazoekingen tegelijk teoretisch en experimenteel in het domein van de chemische kinetiek en in het biezonder van de oxydatie en de verbranding der gasmengsels, overwegende de waarde van zijn navorsingen over de natuur en de eigenschappen der vlammen, overwegende de belangrijkheid van de bekomen resultaten en de internationale uitstraling van zijn werken, besluit de Francqui-Prijs 1961 aan de heer Professor Adolphe VAN TIGGELEN toe te kennen de internationaal jury waartoe behoren :
Professor P.
LAFFITE en verder
Professor D.
Barbier
Professor L.P.
Bouckaert
Professor J. De
Boer
Professor L. D'Or
Professor R. Mazet
Professor Sir. H.
Melville
Professor I.
Prigogine
Professor P. Swings * * * Toespraak van de heer Solvay, Voorzitter van de Francqui-Stichting Verleden jaar was het de Koning, wegens uitzonderlijke omstandigheden waarvan iedereen de diepgaande betekenis heeft begrepen, niet mogelijk de uitreiking van de Francqui-Prijs aan Professor de Duve voor te zitten. De vorst heeft gewenst, zodra de Staatszaken het Hem toelieten, weer de traditie te volgen waaraan de Dynastie immer trouw is gebleven. Uit naam van mijn kollega's, leden van de Raad van beheer, uit naam van al degenen die het voorrecht hebben deze zitting bij te wonen waarvan de intimiteit de grootsheid niet uitsluit, uit naam van de laureaten die dit jaar twee in getal zijn, bid ik de koning de hulde te willen aanvaarden van onze erkentelijke en zeer eerbiedige gehechtheid. Artikel 10 van het Reglement van ons Fonds verklaart dat, wanneer door de internationale Jury - altijd samengesteld uit biezonder erminente personaliteiten - de kandidaten de Raad, ex aequo, ter keuze worden voorgedragen, de jongste, met instemming van de Raad, titularis wordt van de Francqui-Prijs. Sinds 1933, verwezenlijkten dergelijke voorwaarden zich éénmaal toen, in 1953, Mej. Claire PREAUX, Professor aan de Vrije Universiteit te Brussel, dank zij haar leeftijd, het won van de Heer Kanunnik Etienne LAMOTTE, Professor aan de Katholieke Universiteit te Leuven. We bevinden ons vandaag in een analoge toestand. Inderdaad, hij de 4de en laatste stemming werden de Raad, ex aequo, ter keuze voorgedragen, de heer Adolphe VAN TIGGELEN, geboren op 2 december 1914 en de heer Jules DUCHESNE, geboren op 1 december 1911. Dientengevolge heeft de Raad Francqui-Prijs toegekend aan de heer Adolphe VAN TIGGELEN. Doch, zich houdend aan een gelukkig precedent, heeft de Raad eveneens besloten de exceptionele verdiensten te erkennen van Professor Jules DUCHESNE van de Universiteit te Luik, door een gouden medaille te laten slaan op zijn naam. Het lijkt me overbodig het werk van deze twee vooraanstaande personaliteiten te kommenteren, gezien hun bevoegdheden duidelijk blijken uit de teksten van de diploma's waarvan, met de toelating van de Koning, lezing zal vorden gegeven. * * * Toespraak van de heer Adolphe Van Tiggelen De buitengewone eer die me te beurt valt uit de handen van Uwe Majesteit de Francqui-Prijs 1961 te mogen ontvangen zal steeds voor mij een dierbare herinnering blijven en een onschatbare aanmoediging waarvoor ik Uwe Majesteit mijn diepe, deferente erkentelijkheid uitdruk. Het weze met toegelaten eveneens eerbiedig hulde te brengen aan de Koninklijke Familie van België, die nooit opgehouden heeft met oneindig veel doorzicht Haar steun en Haar bezorgdheid te wijden aan de Schone Kunsten, aan de Letteren en aan de Wetenschap.
Sire, In een omstandigheid als deze kan ik niet nalaten mijn dankbaarheid te betuigen aan degenen die me, in de loop van mijn carrière, hebben geholpen en geleid. Onweerstaanbaar gedreven door een gevoel van innige kinderlijke liefde, kan ik niet verhelpen de herinnering op te halen van de genegenheid van mijn goede ouders en hun onvermoeibare zelfverloochening om hun vier kinderen een opvoeding te geven volgens de beste kristelijke, familiate en vaderlandslievende traditie. Bij het herdenken van de materiele problemen waaraan ze het hoofd moesten bieden, voel ik mijn erkentelijkheid voor de Universitaire Stichting weer opleven; ik had immers de eer haar laureaat te zijn toen ik nog studeerde. Deze Instelling was destijds de enige waarop beroep kon gedaan om, mits een erelening, gedeeltelijk de kosten van hogere studiën te kunnen dekken. Mijn onwankelbare gehechtheid aan de Universiteit te Leuven is te wijten aan het feit dat ik er Meesters heb gevonden wier invloed mijn denkwijze heeft gestempelde. Hier rijzen eerst een vooral in mijn herinnering Professor Dr. Walter Mund en Professor Dr. Pierre Bruylants, beiden overleden in volle levenskracht, voor het emeritaat. Menigmaal heb ik, wanneer ik in het buitenland verbleef, de hoge betekenis van hun onderricht naar waarde kunnen schatten. Ik dank Zijn Excellentie Monseigneur de Rektor van de Universiteit te Leuven voor het vertrouwen dat hij me heeft willen betuigen door me in zijn universitair korps op te nemen; onder zijn schrandere leiding leeft en werkt onze geliefde en eerbiedwaardige Alma Mater, in een serene, het onderzoek gunstige atmosfeer. Even stimulerend zijn de steun en de aktieve sympatie die ik mocht ondervinden vanwege mijn kollega's chemici en fysici. Een ideale gemeenschap, zowel op menselijk als op professioneel gebied exalteerde de dagelijkse taak tot een heerlijk gezamenlijk experiment. Het was een van mijn grootste voldoeningen te zien hoezeer mijn dierbaarste kollega's in mijn vreugde deelden. Het voornaamste voorrecht van een Hoogleraar is zich aan het wetenschappelijk onderzoek te kunnen wijden met de onbaatzuchtige medewerking van jonge vorsers en studenten. Indien mijn werken een zo hoge beloning waard werden bevonden is dit waarschijnlijk omdat ze voortyloeien uit het werk van onze jeugd. Aan al mijn gewezen leerlingen en medewerkers zeg ik eenvoudig : dank, hartelijk dank. Wanneer het wetenschappelijk onderzoek in dergelijke omstandigheden en met dergelijke medewerkers wordt uitgevoerd, kan het niet anders of het moet voldoening geven aan degene die gekozen heeft er zich aan toe te wijden. Dat de Jury van de Francqui-Prijs van oordeel was -met veel toegevendheid- me zoveel verdiensten te moeten erkennen, vereert me in hoge mate en moedigt me aan mijn taak met ijver door te voeren. Ik ben oneindig gelukkig dat de Raad en de Jury van het Francqui-Fonds besloten hebben mijn naam te associëren met die van Professor Dr. Duchesne welke ik, bij talrijke gelegenheden, als een internationale vermaardheid heb horen roemen en voor wie ik hier mijn hartelijke bewondering wil uiten. Aan het Fonds, opgericht door Emile Francqui, bied ik de uitdrukking aan van mijn diepe erkentelijkheid, niet alleen voor de hoge onderscheiding en de Prijs die me werden toegekend maar eveneens om zijn bezorgdheid voor het wetenschappelijk onderzoek in ons land en voor de aanmoediging hierdoor aan de Belgische vorsers gegeven. * * *
|
||
|
|
|||