|
|
Fondation
Francqui-Stichting |
||
|
|
Curriculum Vitae - Verslag van de Jury - Toespraken
Léon Van Hove |
||
|
(10/02/1924 - 02/09/1990) Universitaire diploma's :
Licentiaat in de wiskunde wetenschappen, Vrije Universiteit te Brussel,
1945 Funkties :
Buitengewone Professor aan de Universiteit te Utrecht : teoretische
fysika, 1964 Curriculum vitae :
Assistent aan de Vrije Universiteit te Brussel, 1945-1949 en 1950-1952 Wetenschappelijke onderscheidingen :
Francqui-Prijs, 1958 * * * Verslag van de Jury (12 april 1958) Overwegende het fundamentele karakter van de bijdragen van de heer Léon VAN HOVE tot de grote problemen betreffende de moderne teoretische fysika, de teorie der nukleaire krachten, de kawtenteorie der velden, het kwantenprobleem der systemen met een groot aantal deeltjes en de statistische mechanika, overwegende dat hij in ieder an deze domeinen nieuwe metodes heeft ingevoerd zich kernmerkend door een grote wiskunde gestrengheid gepaard met een scherpzinnige ontleding van het fysische aspekt der bestudeerde fenomenen, overwegende dat hij een internationale bekendheid heeft verworden bijdragend tot de wetenschappelijke faam van België, besluit de Francqui-Prijs 1958 aan de heer Professor Léon VAN HOVE teo te kennen. de internationaal jury waartoe behoren :
Professor L.
Rosenfeld
Professor W.G.
Burgers
Professor G.
Champetier
Professor C.A.
Coulson
Professor Sir A.
Egerton
Professor J. Errera
Kanunnik G. Lemaitre
Professor S.
Rosseland
Professor Fr. van
den Dungen * * * Toespraak van de heer Solvay, Voorzitter van de Francqui-Stichting Sire, Il y a quelques jours à peine, le Roi a bien voulu marquer sont intérêt pour le Fonds National de la Recherche Scientifique en s'associant avec bienveillance à la célébration de son trentième anniversaire. Aujourd'hui, continuant une précieuse tradition, le Chef de l'Etat va remettre à nouveau le Prix Francqui à un savant belge dont les travaux ont recueilli un large écho. Que Votre Majesté me permette de Lui dire combien le soutien que le Roi accorde à tout ce qui touche au haut enseignement et à la recherche scientifique est un encouragement puissant pour ceux qui luttent avec ferveur - et non sans angoisse - pour que la Belgique garde, en Science, la place que lui ont value le talent et le savoir de nos Maîtres et de leurs disciples. Mr. Léon VAN HOVE, auquel le Conseil a attribué le Prix sur proposition d'un Jury où siègeaint, aux côtés de quatre savants belges, des personnalités éminentes venues de France, de Grande-Bretagne, des Pays-Bas et de Norvège, vient à peine d'avoir 34 ans. Jamais il ne s'est trouvé, dans notre Maison, de lauréat aussi jeune. Né à Bruxelles, ayant poursuivi des études exceptionnellement brillantes à l'Université de cette ville dont il ne tarda pas à devenir un collaborateur, Mr. VAN HOVE s'est vu offrir, après un long séjour d'études à l'Université de Princeton, une haute charge académique à l'Université d'Utrecht. Si nous pouvons regretter que nos Universités ne bénéficient plus de son concours actif, nous apprécions à sa valeur l'hommage que lui a rendu une Université d'un pays voisin et ami, Université qui a compté parmi ses Professeurs des hommes aussi illustres qu'ORNSTEIN, UHLENBECK et KRAMER. L'oeuvre scientifique du Professeur VAN HOVE se situe dans le domaine de la physique théorique ainsi que le spécifie le diplôme dont, avec l'autorisation du Roi, je vais demander à notre collège, Mr. WILLEMS de donner Lecture. * * * Toespraak van Professor Léon Van Hove Sire, Het is voor mij een uitzonderlijke eer uit 's Konings handen het diploma van de Francqui-Prijs te mogen ontvangen. Het feit dat deze Prijs me werd toegekend en het Zijne Majesteit zelf is die me het officiële dokument van deze onderscheiding overreikt, betekent niet alleen een erkenning waarvoor ik mijn diepe dankbaarheid betuig, maar tevens een onschatbare aanmoed iging tot het doorvoeren van een wetenschappelijk aktiviteit waaraan ik me heel en al wijd. Hoewel ik duidelijk besef hoe bescheiden de plaats is die mijn werken op het internationaal wetenschappelijk toneel innemen, bezorgt de hoge onderscheiding waarmee het Francqui-Fonds ze heeft willen belonen, me een zeer diepe vreugde. En op het ogenblik dat ik deze vreugde wil uitdrukken, welt in mij de behoefte op hulde te brengen aan degenen die tot mijn vorming hebben bijgedragen; mijn ouders die me hebben toegelaten studiën te ondernemen en mijn meesters die ze vruchtbaar hebben weten te maken. Onder deze laatsten kan ik niet nalaten te vernoemen, Professor Lepage en Professor Prigogine. Met innige dankbaarheid herinner ik me de jaren die ik aan de Vrije Universiteit te Brussel heb doorgebracht en de steun die me door het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek werd verleend. Toen voor mij het uur was geslagen om een grotere wetenschappelijke onafhankelijkheid te verwerven, heb ik die gevonden, eerst aan het "Institute for Advanced Study" te Princeton en daarna en vooral aan de Universiteit te Utrecht. Ik beschouw het als een elementaire plicht hulde te brengen aan deze Inrichtingen die me in de gelegenheid hebben gesteld in werkelijk uitzonderlijke voorwaarden en geschikte atmosfeer, mijn werk voort te zetten. Ik weet, Sire, dat dergelijke uitwijking naar het buitenland ongewoon is en betwistbaar. Doch de psychologie van de wetenschapsmens stelt zijn eisen, die beslist een weerslag hebben op het resultaat van zijn werken. Ik ben Belg en ik ga er trots op. In deze tijd van konstante internationale kontakten, kon de weinig traditionele orientatie die ik aan mijn universitaire cariere heb gegeven slechts, hoe weinig dan ook, bijdragen tot de wetenschappelijke faam van België, terwijl ze mijn navorsingen begunstigde. Vooral voor mij, Belg die leeft en werkzaam is in het buitenland, is de toekenning van de Francqui-Prijs en de aanwezigheid van de Koning op deze zitting, een buitengewone eer waaraan ik bijzonder gevoelig ben. * * *
|
|||