Fondation Francqui-Stichting
Fondation d’Utilité Publique  Stichting van Openbaar Nut



P
lechtige uitreiking van de Francqui-Prijs
door Zijn Majesteit Koning Boudewijn
aan de Universitaire Stichting op 14 mei 1971

Curriculum Vitae - Verslag van de Jury - Toespraken


Georges Thinès


Curriculum Vitae

Geboren te Luik, op 10 februari 1923.

Universitaire diploma's :

Doctor in de psychologische wetenschappen, Université Catholique de Louvain, 1975.
Bakkalaureaat in de wijsbegeerte, 1956.

Funkties :

Hoogleraar aan de Fakulteit voor psychologie en opvoedingswetenschappen van de Université Catholique de Louvain : experimentele psychologie, animale psychologie, geschiedenis der psychologie, laboratoriumtechnieken.

Curriculum vitae :

Aspirant van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, 1953-1955.
Aangesteld Navorser, 1955-1957.
Bevoegdverklaard Navorser, 1957-1959.
Hoogleraar aan de Lovanium Universiteit, 1956.
Lektor aan de Universiteit te Nijmegen, 1961; Hoogleraar 1968.
Hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain, 1963.
Opdrachthouder aan het I.RS.A.C., 1956.
Direkteur van het Centrum voor experimentele en vergelijkende psychologie van de Université Catholique de Louvain, 1966.
Voorzitter van het Instituut voor psychologie van de Université Catholique de Louvain en lid van de Direktieraad van de Universiteit, 1967.
Lid van het Belgisch Genootschap voor psychologie, 1951.
Lid van het Koninklijk Belgisch Zoölogisch Genootschap, 1953.
Lid van het Internationaal Genootschap voor Toegepaste Psychologie, 1954.
Lid van het Wetenschappelijk Genootschap van Brussel, 1954.
Lid van de British Society for the study of animal behaviour, 1955.
Lid van de Association française pour l'avancement des sciences, 1956.
Lid van de Association de psychologie scientifique de langue française, 1957.
Lid van de Internationale Unie der biologische wetenschappen, 1957.
Lid van het Genootschap voor de studie der biologische ritmen, 1965.
Stichter en direkteur (met A. Giorgi, Pittsburgh en C. Graumann, Heidelberg) van de Journal of Phenomenological Psychology, 1969.

* * *

Verslag van de Jury (17 april 1971)

Overwegend dat de werkzaamheden van de Heer Thinès in de algemene en vergelijkende psychologie en meer in het biezonder in de toepassing der gedragingswetenschappen op de studie van de evolutie, een uitzonderlijke bijdrage betekenen voor onze kennis in dit domein,

overwegend dat zijn bekwaamheid in de zowel natuurkundige als biologische technieken hem veroorloofde verder over te gaan tot het uitwerken van uiterst nauwkeurige proefondervindelijke procédés die hem aldus leidden tot zeer oorspronkelijke resultaten, vooral in de studie der waarneming,

overwegend dat hij in België één van de stichters der dieren-psychologie is en dat de veelzijdigheid van de aldus door kandidaat opengestelde mogelijkheden een onweerlegbaar prestige verleende aan de Belgische School voor vergelijkende psychologie,

besluit de Francqui-Prijs 1971 toe te kennen aan de Heer Georges Thinès, Hoogeleraar aan de Fakulteit voor psychologie en opvoedingswetenschappen van de Université Catholique de Louvain.

de internationaal jury waartoe behoren :

Professor A.P. Smit
Oud-Hoogleraar van de Universiteit van Utrecht
                                                               Voorzitter

en verder

Professor Sir Alfred Ayer, FBA
Wykeham Professor aan de Oxford University

Professor Remy Chauvin
Hoogleraar aan de Sorbonne - Parijs

Professor Kurt Homgren
Rechter aan het Administratief Hoger Gerechtshof
Zweden - Stockholm

Professor Ernst H. Kossmann
Hoogleraar van de Rijksuniversiteit van Groningen

Professor Werner Krämer
Eerste Direkteur en Hoogleraar van de Römisch-Germanischen
Kommission des Deutschen Archäologischen Instituts
Francfort-sur-Main

Professor Edmond Ortigues
Hoogleraar aan de Universiteit van Rennes

Professor Reinhard Selten
Hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Berlijn

Professor Eric G. Turner, FBA
Hoogleraar aan het University College
Londen

* * *

Toespraak van de Heer R. Gruslin
Voorzitter van de Francqui-Stichting

En assistant à cette cérémonie Votre Majesté donne une nouvelle prevue de l'intérêt qu'Elle attache au développement de la sciences dans le pays.

Pour ce soutien de son action, que lui apporte par Son Auguste présence le Chef de l'Etat, le Conseil d'administration de la Fondation Francqui Vous exprime par ma voix, Sire, sa respectueuse et profonde gratitude.

Je crois répondre aux sentiments de tous en évoquant, ici, une grande ombre: Jean Willems, cet organisateur né qui - de toute sa générosité de coeur et de toute sa chaleur d'âme, rythma pendant 40 ans la vie et l'action de cette Maison - s'en est allé.....

Son souvenir radieux, infiniment cher, nous domine en ce moment .....

Sire, le Prix Francqui réservé, cette année, aux chercheurs dont les travaux ressortissent aux Sciences Humaines, est attribué à M. Georges THINES, né en 1923, qui fut promu Docteur en psychologie à l'Université Catholique de Louvain en 1955.

Successivement de 1953 à 1959 Aspirant, Chargé de recherches et Chercheur qualifié du Fonds National de la Recherche Scientifique, il devint en 1959 Chargé de cours et en 1963 Professeur ordinaire à l'Université Catholique de Louvain, cependant que l'Université de Nimègue le nomma Maître de Conférences en 1961 et Professeur en 1968.

M. Georges THINES professa également à l'Université Lovanium en 1956.

Soulignons encore que le Professeur THINES est Directeur Scientifique au Centre National de la Recherche Scientifique de France et qu'il assure la direction générale de la section de psychologie de l'Encyclopaedia Universalis de Paris.

* * *

Toespraak van Professor Georges Thinès

Sire,

Er zijn ogenblikken in het leven dat de vreugde gepaard gaat met een gevoel van grote bescheidenheid.  Mag ik Zijne Majesteit hierbij de uitdrukking van diepe erkentelijkheid aanbieden vanwege hem waaraan Zijne Majesteit vandaag zo goed is de eminente onderscheiding die de Francqui-Prijs is te overhandigen.  De aanwezigheid van de Koning op deze plechtigheid legt eens te meer de nadruk op Zijn welwillende belangstelling voor de geestedisciplines en van Zijn wil het wetenschappelijk onderzoek en het universitair onderwijs aan te moedigen.  Dat Zijne Majesteit in dit al te beknopte dankwoord de uitdrukking vinde van mijn oprechte dankbaarheid voor de mij betuigde eer en voor de onschatbare aanmoediging die zo'n hoge onderscheiding niet alleen voor mezelf betekent maar ook voor de vooruitgang der geesteswetenschappen en vooral van de psychologie.  Reeds vanaf de XIXe eeuw heeft België zich in dit domein der kennis onderscheiden bij de invloedrijke namen van Fechner en Wundt komen zich inderdaad die van Plateau en Quetelet voegen zodat men zonder overdrijving kan beweren dat de wetenschappelijke psychologie net zo goed in België als in Duitsland geboren werd.  Hieruit kan Zijne Majesteit ongetwijfeld opmaken hoe fier een wetenschappelijk psycholoog zich voelt wanneer hij zijn werken bekroond ziet in een sektor der wetenschap waarin zijn land een dergelijke rol van baanbreker heeft gespeeld.

Mijnheer de Voorzitter, Dames, Mijne Heren,

Het is onnodig de polyvalentie van een discipline als de psychologie eens te meer te bevestigen.  Indien het waar is dat de psychologie zich als taak oplegt de subjektiviteit te omlijnen, dan heeft ze ook doorheen haar ganse geschiedenis aangetoond met welke onoverkomelijke moeilijkheden men af te rekenen heeft zo gauw men tracht aan dit begrip een eenzijdige betekenis te verlenen, en vooral wanneer men zich inspant het psychologisch onderzoek te onderwerpen aan de strengheidsnormen van het wetenschappelijk denken.

Het is echter geleidelijk gebleken dat een ontleding van de psychische verschijnselen slechts tot een goed einde kon worden gebracht als men enerzijds de biologische grondslagen erkende en anderzijds hun inlassing in de strukturen van de eigenlijke wereld der organismen.

Dergelijke tweeledigheid is echter slechts schijnbaar en, indien de psychologie zich heden ten dage graag laat bepalen als de wetenschap der gedragingen, dan is dat ongetwijfeld te danken aan het feit dat zij die in dit domein werkzaam zijn zich vergewist hebben van de banden die, op talloze niveaus, bestaan tussen de verschillende vormen van leven.  Om die reden is de psychologische navorsing volledig vervreemd van de oude begrippen van de mens.  Ze heeft zich langzaam maar met een onmetelijk geduld los gemaakt van een subjektivisme dat, hoe ongelooflijk het ook schijnt, goed opschoot met de subjektiviteit, om over te gaan tot de observatie en de experimentatie.  En in dat perspektief mag er met recht gesproken worden van vergelijkende psychologie en kunnen de animale gedragingen bestudeerd worden in de lijn van de door de evolutie verstrekte inlichtingen.  Op de antropomorfische studie der dierlijke gedragingen volgde een etologie die steunde op de fylogenie die zich ten slotte oriënteerde naar de ontleding van de menselijke gedragingne.

Deze tegelijkertijd begrijpende en strenge oriëntatie dank ik aan de Meesters die me in het wetenschappelijk onderzoek hebben geleid.  Eerst en vooral zou ik mijn dank willen aanbieden aan Professor Capron die me, reeds vanaf 1948, vertrouwd maakte met de fysische technieken en met de metrologie.  Vriendelijke en veeleisende gids, Professor Capron zal voor mij steeds het voorbeeld blijven van de aan zijn leerlingen verknochte professor die zich van zijn plicht bewust is Mijn dankbaarheid gaar eveneens uit naar Professor Koch die mij, in 1953, heeft gericht naar werkzaamheden over de sensoriële reakties bij holdieren en hij was voor mij een buitengewoon inwijder in het biologisch denken.  Van hun kant hebben Professoren Michotte en Buytendijk me de problemen der waarnemingsorganisatie leren doorgronden evenals de epistemologische fundamentele vraagstukken van de menselijke en de dierlijke psychologie terwijl ze me intussen ook een nauwgezette en uitgebreide experimentele kennis bijbrachten.  Met niet Minder dankbaarheid denk ik terug aan Professor Fauville.  Hem dank ik het feit de gestrengheidsvereisten van de psychofysika en van de experimentele psychologie te hebben doorgrond.  Ik had het grote voorrecht Professor Michotte te Leuven en Professor Buytendijk te Nijmegen op te volgen; hier wil ik er vooral de nadruk op leggen dat, in het domein der dierenpsychologie, ik de eer had Professor de Montpellier aan de Université Catholique de Louvain op te volgen.  Als eerste titularis van deze leerstoel, was Professor de Montpellier toen reeds de auteur van een verbazend werk over het dierlijke gedrag.  Bij hem gingen de kwaliteiten van de filosoof gepaard met een grondige kennis van het dierenleven en deze gekultiveerde en glimlachende Meester legde samen met Professor Buytendijk, de grondslagen van mijn eerste onderricht in het gespecialiseerde domein dat ik gekozen had.

Dit alles om te zeggen dat, indien de Francqui-Prijs thans mijn werken beloont, een dergelijke erkenning overgaat naar allen die, dank zijn hun weten en mede door hun menselijke eigenschappen, ertoe hebben bijgedragen mij te vormen en aan te moedigen.

Mijnheer de Voorzitter, Dames, Mijne Heren,

De beslissing van de eminente internationale Jury die mij als laureaat van die zeer begeerde Prijs aanstelde, legt mij een intellektuele verantwoordelijkheid op waarvan ik de omvang ken.  Ik weet inderdaad dat ik moet volharden in de weg die me achttien jaar geleden werd voorgeschreven toen het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek me mijn eerste navorsersbeurs verleende. Hier wil ik bovendien van de mij geboden gelegenheid gebruik maken om ook de grote gulheid van de Universitaire Stichting aan te halen; zij heeft mij inderdaad steeds geholpen bij het uitgeven van mijn werken.  Dergelijke verplichting is ver van vervelend en bepaalt voor mij integendeel het feitelijke van mijn belangen.  Het universitaire leven is me niet alleen steeds als het leven van een specialist voorgekomen maar vooral als een gelukkig lot voor diegenen die door de nieuwsgierigheid worden aangespoord.  Er is inderdaad geen enkel beroep dat, zoals dat van een navorser, voor de persoonlijke belangen de mogelijkheid inhoudt zich in een voor het nadenken zo gunstig klimaat te ontplooien en waarin de vriendschapsbanden worden gesmeed in de vreugde van de kennis.  Dat geluk in het werk - mij bijgebracht door mij vader en mijn meesters - deel ik vandaag met een uitstekende ploeg medewerkers die ik eveneens wil betrekken bij de mij te beurt vallende eer.  Ook wilde ik nog zeggen hoeveel ik mijn echtgenote verschuldigd ben - de erkentelijkheid die ik haar aanbied voor haar aktieve deelname aan al mijn wetenschappelijke en letterkundige werken en plannen.

De eer zonder weerga die de hoogste nationale en internationale overheden zo goed zijn geweest mij te verlenen bepaalt een belangrijk keerpunt in mijn loopbaan.  Moge deze beloning mij, ondanks de fierheid die ik ervoor voel opwellen, ook de nodige bescheidenheid inprenten van hen die weten dat ze niet alleen werken.

* * *