Fondation Francqui-Stichting
Fondation d’Utilité Publique  Stichting van Openbaar Nut



P
lechtige uitreiking van de Francqui-Prijs
door Zijn Majesteit Koning Boudewijn
aan de Universitaire Stichting op 22 mei 1956

Curriculum Vitae - Verslag van de Jury - Toespraken


Louis Remacle

 

                                              Curriculum Vitae

(30/09/1910 - 10/05/1997)

Geboren te La Gleize op 30 september 1910

Universitaire diploma :

Doctor in de lettereren en wijsbegeerte (Romaanse filologie), Rijksuniversiteit te Luik, 1932

Funkties :

Gewoon Professor aan de Fakulteit der Letteren en Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit te Luik : Romaanse linguïstiek

Curriculum vitae :

Professor aan het Koninklijk Ateneum te Seraing, 1935-1946
Docent aan de Rijksuniversiteit te Luik, 1946-1948
Gewoon Professor, 1948

Wetenschappelijke onderscheidingen :

Laureaat van de Wedstrijd van de Académie royale de Langue et de Littérature françaises, 1948

* * *

Verslag van de Jury (10 april 1956)

Overwegende dat de heer Louis REMACLE, Professor aan de Rijksuniversiteit te Luik, al de hoedanigheden bezit die de geleerde, de historicus en de linguïst kenmerken,

overwegende dat zijn werken voor de linguïstiek een algemene draagwijdte hebben en als een model kunnen beschouwd zowel wat de navorsingsmethodes aangaat als de voornaamheid der voorstelling,

overwegende dat hij het bestaan heeft bewezen in de dertiende eeuw, te Luik, van een geschreven taal (scripta), liggend tussen de in Wallonië gesproken taal en een toen in wording zijnde letterkundige Franse taal,

overwegende dat hij er door zijn enquêtes en publikaties heeft toe bijgedragen te redden wat nog overblijft van een Waalse spraak, dat hij talrijke roepingen verwekte en een uiterst belangrijke navorsingsbeweging deed ontstaan,

besluit de Francqui-Prijs 1956 aan de heer Louis REMACLE toe te kennen.

de internationaal jury waartoe behoren :

Professor H. Gregoire
Emeritus Professor aan de Université Libre de Bruxelles
                                                                                 Voorzitter

Professor Ch. Bruneau
Emeritus Professor aan de Universiteit van Parijs

Professor E. Cerulli
Member van de Reale Accademia dei Lincei, Rome
Oud-Professor van de Institut oriental van Naples

Le Professeur P. Harsin
Professeur à l'Université de l'Etat à Liège

Professor H. Hyppolite
Director van de Ecole Normale Supérieure
Professor aan de Universiteit van Parijs

Professor V. Martin
Professor aan de Genève University

Professor M. Merleau-Ponty
Professor aan de Collège de France, Parijs

Professor Y. Renouard
Professor aan de Universiteit van Parijs

Professor B.A. Van Groningen
Professor aan de Universiteit van Leyde

Professor W. von Wartburg
Professor aan de Bâle University

* * *

Toespraak van de heer Solvay, Voorzitter van de Francqui-Stichting

De Koning verwaardigde zich dit jaar opnieuw de Francqui-Prijs te komen overhandigen.

In naam van ons Fonds druk ik Hem hiervoor onze bizonder eerbiedige en diepe erkentelijkheid uit.

Het belang dat Uwe Majesteit stelt in het Wetenschappelijk Onderzoek is voor de Navorsers werkelijk een onschatbare aanmoediging.

Dit jaar werd de Francqui-Prijs toegekend aan de heer Louis REMACLE, Gewoon Hoogleraar aan de Universiteit te Luik en Lid van de "Académie Royale de Langue et de Littérature françaises".  De h. REMACLE is ontegenzegelijk gezaghebbend op gebied van linguïstiek.

Zijn werken betreffende de waalse dialiektologie dragen op meesterlijke wijze bij tot de studie van de taalkunde.  Ook ver over onze grenzen vonden de werken van de h. REMACLE een welverdiende faam.

Zo het de Koning behaagt zal de heer WILLEMS, Direkteur van de Stichting, overgaan tot de lezing van het diploma.

* * *

Toespraak van Professor Louis Remacle

Sire,

Met verruking zag ik, vijfentwintig jaren geleden, de weg van het Wetenschappelijk Onderzoek voor me opengaan.  Een weg zonder einde - die ik met hartstochtelijke geesdrift heb gevolgde.  En nu valt me een buitengewone beloning te beurt en - toppunt van eer - het is de Koning zelf die zich verwaardigt ze me eigenhandig over te reiken.

Het feit dat een Koninklijk Gebaar ze een plechtig en als beslissend karakter verleent doet me nog beter het hoge belang beseffen van deze onderscheiding.

Terwijl ik het Francqui-Fonds en de jury mijn innige dank uitdruk bid ik tevens Uwe Majesteit me te veroorloven ook Haar mijn diepe en eerbiedige erkentelijkheid te betuigen.

Heer Voozitter van de Raad van beheer,
Mijne Heren,

Ik vind het prettig te denken dat de jury bij deze gelegenheid vooral "de volharding" heeft willen vereren. Het is de indruk die ik krijg wanneer ik mijn werk van een kwart eeuw inventarizeer.  Doch ik kan niet nalaten bij het overschouwen van pogingen en resultaten, met ontroering te gedenken al degenen, die me - zonder het te beseffen soms - geleid hebben en geholpen: die landlui, die arbeiders, wier oeroude taal me de grootheid heeft geleerd van lang en geduldig voortgezette taken; die vrienden wier narigheden maar ook wier geestdriften ik heb gedeeld; die meesters van de Universiteit te Luik welke, na me te hebben opgeleid, me voortdurend hebben omringd met hun achting en hun vertrouwen.

Aan allen - en aan ieder in 't bizonder, zeg ik uit ganser harte dank.

Ook andere weldaden zijn er die men zich op een dag als deze onwillekeurig herinnert.  Sinds jaren verleent het Natinaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek me een edelmoedige steun die me in de mogelijkheid heeft gesteld op krachtige wijze aan de voorbereiding te werken van het linguïstiek Atlas van Wallonië.  Ik kan het Nationaal Fonds op heden niet genoeg zeggen hoezeer ik het waardeer.

Sire,
Mijne Heren,

De humane feiten waaraan ik me, naar het voorbeeld van mijn meester Jean Haust, heb gewijd zijn het dialekt van mijn land, de romaanse spreekwijzen van België, wilde en sappige vruchten van de latiniteit, nederige getuigen van een eeuwenoude geschiedenis.

Door het bekronen van een dialektoloog heeft de jury van de Francqui-Prijs aan de dialektologische studiën de mooiste de gelukkigste erkenning gegeven.

En om te eindigen denk ik te kunnen bevestigen dat al de wallonizanten zoals ik zelf daarin een reden zullen vinden om met vermeerderde moed een vertrouwen deze dialekten te bestuderen, dialekten die niet alleen de arbeid maar de ziel zelf van het volk weerspiegelen.

* * *