Fondation Francqui-Stichting
Fondation d’Utilité Publique  Stichting van Openbaar Nut



P
lechtige uitreiking van de Francqui-Prijs
door Zijn Majesteit Koning Boudewijn
aan de Universitaire Stichting op 27 juni 1969

Curriculum Vitae - Verslag van de Jury - Toespraken


Curriculum Vitae

(17 december 1923 - 17 januari 2010)

Geboren te Gent, op 17 december 1923.

Universitaire diploma's :      

Doctor in de geneeskunde, Rijkuniversiteit te Gent, 1948.
Geaggregeerde voor het hoger onderwijs, Rijksuniversiteit te Gent, 1953.

Funkties :

Gewoon Hoogleraar aan de Fakulteit voor geneeskunde van de Rijksuniversiteit te Gent : menselijke fysiologie.
Direkteur van het Laboratorium voor normale en patologische fysiologie.

Curriculum vitae :

Vrijwillig navorser aan het Laboratorium voor fysio-patologie van de Rijksuniversiteit te Gent, 1946-1948.
Full-time Assistent aan het Laboratorium voor fysio-patologie van de Rijksuniversiteit te Gent, 1948-1953.
Geassocieerde van het Nationaal Fonds voor Wetenschappenlijk Onderzoek, 1952-1958.
Geaggregeerde, 1953-1958.
Lektor, 1954-1958.
Docent, 1958-1962.
Gelast met het onderricht in de speciale fysiologie, 1961.
Gewoon Hoogleraar, 1962.
Direkteur van het Laboratorium voor normale en patologische fysiologie, 1962.
Titularis van de Leerstoel Menselijke Fysiologie, 1966.
Lid van het Belgisch Genootschap voor fysiologie en farmakologie, 1948; Voorzitter, 1964.
Lid van de Kring der Alumni van de Universitaire Stichting, 1953.
Lid van de Association des Physiologistes, 1954.
Lid van het Belgisch Genootschap voor Cardiologie, 1954.
Lid van het Belgisch Genootschap voor Endokrinologie, 1956; Ondervoorzitter, 1963-1964.
Lid van de Wetenschappelijke Raad van het Fonds voor Geneeskundig Wetenschappelijk Onderzoek, 1961.
Lid van het Belgisch Genootschap voor Biologie, 1961; Ondervoorzitter, 1968, Voorzitter, 1969.
Sekretaris van de Werkgroep Bloedsomloop van het Fonds voor Geneeskundig Wetenschappelijk Onderzoek, 1959.

Wetenschappelijke onderscheiding :

Eerste Laureaat van de Universitaire Wedstrijd, 1948-1950.
Eerste Laureaat van de Wedstrijd voor Reisbeurzen van de Regering, 1948.
Prijs R. Beckers, Bruxelles-Médical, 1950.
Prix Bourceret de l'Académie Nationale de Médecine de Paris, 1954.
Prijs Louis Sanders voor Geneeskunde, 1955.
Prijs R.I.T. van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde van België, 1959-1960.
C.R.B. Graduate Fellow van de Belgian American Educational Foundation, 1951-1952.
Fellow in physiology and experimental medicine van de Mayo Clinic te Rochester, Minnesota, USA, 1951-1952.
Titelvoerend Lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Geneeskunde van België, 1962.
Titularis van de Francqui-Leerstoel aan de Vrije Universiteit Brussel, 1971-1972.

* * *

Verslag van de Jury (12 april 1969)

Overwegend dat de werkzaamheden van de Heer Leusen over de fysiologie van het cerebrospinaal vocht de oude begrippen hebben vernieuwd over het metabolisme van de hersenen en de regulatie van de ademhalingscentra en van de vegetatieve funkties,

overwegend de toepassingen die ze inhouden voor het begrip van de aandoeningen van het centrale zenuwstelsel,

overwegend dat de werkzaamheden van de Heer Leusen internationaal vermaard zijn en dat ze een biezondere eer betekenen voor de traditie van de fysiologische en fysiopatologische navorsingen van de Rijksuniversiteit te Gent.

besluit de Francqui-Prijs 1969 toe te kenne aan de Heer Isidoor Leusen, Hoogleraar aan de Fakulteit voor geneeskunde vande Rijskuniversiteit te Gent.

de internationaal jury waartoe behoren :

Professor Alfred Fessard
Professor at the Collège de France
Paris - France
                                                                     Voozitter

en verder

Professor Ruggero Ceppellini
Professor at the Università degli Studi de Turin
Director of the l'Istituto di Genetica Medica

Professor Jacob-Antonie Cohen
Professor at the University of Leyde
Director of the Laboratoire de médecine biologique

Professor Pierre Dejours
Professor at the Université de Paris

Professor Robert Denamur
Director of the Laboratoire de Physiologie de la lactation
Inra - Jouy-en-Josas

Professor Geoffrey W. Harris
Professor at the Oxford University

Professor William Hayes
Professor at the Université d'Edimbourg

Professor Konrad Z. Lorenz
Professeur honoraire de l'Université de Munich
Directeur de division au Max Planck-Institut
Seewiesen

Professor Paul Milliez
Professor at the University of Paris

Professor Roger Monier
Professeur au Centre universitaire de Luminy - Marseille

* * *

Toespraak van de Heer Jean Willems
Voorzitter van de Francqui-Stichting

Sire,

De eer valt me te beurt - in naam van de Raad van beheer van het Francqui-Fonds en van allen die het voorrecht hebben de plechtigheid van vandaag bij te wonen - Uwe Majesteit te danken voor Hare aanwezigheid op deze zitting.

Sire,

De nieuwe laureaat van de Francqui-prijs is de Heer Isidoor LEUSEN, Professor aan de Fakulteit voor Geneeskunde van de Rijksuniversiteit te Gent.

Ik ben bijzonder gelukkig aan de Koning en aan de hier aanwezige personaliteiten kennis te geven van een uittreksel uit een brief die me zoëven werd geadresseerd door de Heer Alfred FESSARD, Membre de l'Institut en Professeur au Collège de France.

Ziehier wat hij schrijft :

J'ai personnellement félicité le Professeur LEUSEN et le fait que le Jury ait été long à se décider signifie non seulement qu'il avait pris son travail au sérieux - et je suis content, Monsieur le Président, que vous en ayez eu le spectacle - mais aussi que la Belgique peut s'enorgueillir de posséder, dans les principales branches de la biologie, des hommes de grande classe.

De Heer LEUSEN is geboren te Gent, op 17 december 1923.  Hij heeft zijn geneeskundige studies doorgevoerd aan de Rijksuniversiteit te Gent waar hij, in juli 1948, met de grootste onderscheiding promoveerde tot doctor in de geneeskunde.

Sinds 1962 is hij gewoon Hoogleraar, titularis van de Leerstoel voor menselijke fysiologie.

De Raad van beheer  van het Francqui-Fonds, zitting houdend te Brussel, op 14 april 1969, de Jury gehoord die hij gelast had verslag uit te brengen, besluit de Francqui-Prijs 1969 toe te kennen aan de Heer Isidoor LEUSEN, Professor aan de Fakulteit voor Geneeskunde van de Rijksuniversiteit te Gent.

* * *

Toespraak van Professor Isidoor Leusen

Sire,

Dat het Zijne Majesteit heeft behaagd deze heuglijke plechtigheid met Zijn Hoge aanwezigheid te vereren en dat de laureaat de buitengewone eer te beurt valt de Francqui-Prijs uit de handen van de Koning te mogen ontvangen, is een gebeurtenis die op onuitwisbare wijze in het hart en in de geest wordt opgenomen.  Het weze mij toegelaten, Zijne Majesteit hiervoor mijn diepe en eerbiedige erkentelijkheid en dank te betuigen.

Sire,

Mijnheer de Voorzitter, Dames, Mijne Heren,

Wanneer men het uitzonderlijk feit realiseert dat een eminente internationale Jury het werk dat men geleverd heeft, waardig heeft bevonden om met de Francqui-Prijs bekroond te worden, en dat de Leden van de Raad van beheer van het Francqui-Fonds deze beslissing bekrachtigden, dan wordt men sterk aangegrepen door talrijke, vaak tegenstrijdige gevoelens en gedachten die, elkaar verdringend, het gemoed beroeren.

Diep intense vreugde over een bekroning die zo hoog aangeschreven staat in de wetenschappelijke kringen van binnen en buitenland, wordt getemperd door het steeds terugkerende gevoel van probleemstelling en zelfondervraging over de waarde en de situering van het eigen week.  En dan komt men vlug tot het besef hoe een wetenschappelijke loopbaan, hoe onzeker ook in het begin, geleidelijk aan vaste vorm en richting heeft gekregen dank zij de positieve steun en hulp van zovelen.  Mogen allen die hiertoe hebben bijgedragen, hier de betuiging van mijn welgemeende dank ontvangen en moge de huidige bekroning ook van hen een bron van gemeenschappelijke vreugde zijn.

Ook de nationale Instellingen samen ondergebracht in dit gebouw van de Egmontstraat zou ik in de eerste plaats in deze hulde willen betrekken.  Hun positieve invloed op de ontwikkeling van een wetenschappelijke loopbaan van een jonge universitair, gekomen uit de brede lagen van onze maatschappij, kan niet genoeg beklemtoond worden.  Reeds vanaf de aanvangsperiode van mijn hogere studies aan de Rijksuniversiteit te Gent, heeft de Universitaire Stichting een belangrijke steun verleend die tijdens de ellendige oorlogsperiode de zware last van de medische studies voor mijn ouders heeft draaglijk gemaakt.  Deze universitaire studies vonden in de doctoraatsjaren reeds hun richting naar het wetenschappelijk onderzoek wanneer mij de kans werd gegeven het experimenteel onderzoek te benaderen in het toen jonge laboratorium van mijn geëerde Leermeester, de h. Rektor Professor J.J. Bouckaert.

Wanneer ik nog vermeld dat mij daarenboven in de eerste jaren van mijn post-universitaire opleiding door de Belgian American Educational Foundation de mogelijkheid werd geboden om als fellow in de Verenigde Staten mijn basisvorming verder aan te vullen, en dat het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek mij naderhand  op een cruciaal moment, door het verlenen van een mandaat van geassocieerde in de mogelijkheid heeft gesteld mij verder aan het experimenteel onderzoek te wijden, dan geloof ik dat geen betere illustratie kan gegeven worden van de belangrijke betekenis die de Stichtingen gevestigd in dit Huis voor mijn loopbaan hebben gehad.

Deze onderzoekingsloopbaan vond haar volledige ontplooiing in het Laboratorium voor algemene patologie van de Rijksuniversiteit te Gent, wwarn onder de bezielende leiding van de h. Professor J.J. Bouckaert, het enthoesiasme voor de research werd aangekweekt en ontwikkeld ik ben dan ook bijzonder gelukkig hier mijn leermeester te kunnen danken voor het vele dat hij mij heeft gegeven.  De periode tijdens de welke onder zijn leiding, vrij van administratieve en materiële uitrustingszorgen, en voortgestuwd door de resultaten van een steeds voorschrijdend onderzoek, de pijlers werden gelegd voor verschillende onderzoekingsrichtingen, is bijzonder rijk geweest aan intens beleefde momenten van wetenschappelijke vreugde.  Een getrouwe medewerker van het eerste uur mijn Kollega en Vriend Professor Ing. G. Demeester, zou ik hier in het bijzonder willen danken voor de perfekte samenwerking die ononderbroken al deze jaren in volledige harmonie werd bewaard. Dit ideaal kader van samenwerking en menselijk kontakt kon niet anders dan de aantrekkingspool worden voor een aantal medewerkers die in de loop der jaren de progressieve uitbouw van het wetenschappelijk onderzoek hebben mogelijk gemaakt.  Onder de vele medewerkers zou ik hier in het bijzonder willen vermelden, Professor D. E. Lacroix, Ingenieur W. Eechaute, Professor Dr. D. Brutsaert, de dokters A. de Hemptinne, P. Vanhoutte, J. Weyne, J.L. Pannier en D. Clement.  Omringd door een voortreffelijke groep technische medewerkers wier namen ik hier helaas niet kan opsommen, werd mede dank zij hun wetenschappelijke interesse, hun werkkracht en enthoesiasme bereikt wat hier vandaag bekroond wordt.  Het ganse team van het Laboratorium voor normale en patologische fysiologie zou ik in een algemene hulde en dank willen betrekken.

Op ideale wijze werd mij daarenboven de gelegenheid gegeven het experimenteel laboratoriumwerk aan de klinische geneeskunde te laten aanleunen.  Dit dank ik aan de h. Professor P. Regniers die mij van begin af in de Interne Kliniek van de Medische Fakulteit die ruime mogelijklheid heeft gegeven.  Dit kontakt, naderhand verder uitgebouwd met mijn goede Kollega Professor R. Pannier op cardiovasculair gebied, is ongetwijfeld zeer vruchtbaar gebleken voor een aantal van onze jonge medewerkers.

De materiële steun die ik in de verlopen jaren van het Fonds voor Genneskundig Wetenschappelijk Onderzoek en van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek heb mogen ontvangen, heeft in zeer belangrijke mate geholpen de voorwaarden te creëren die deze belangrijke ontwikkeling hebben mogelijk gemaakt.

En, last but not least, zou ik mijn Alma Mater, de Rijksuniversiteit te Gent, in mijn dank willen betrekken.  Nooit heb ik tevergeefs op haar beroep gedaan; steeds heb ik in de mate van het mogelijke op haar welwillende hulp kunnen rekenen; dank zij haar steun was het mogelijk om, ten slotte in een relatief korte tijdspanne, het Laboratorium voor normale en patologische fysiologie uit te bouwen tot een belangrijk geheel, van onderwijzend, wetenschappelijk, technisch en administratief personeel, een hechte groep waar de harde en taaie moeilijkheden worden aangepakt, de soms bittere teleurstellingen worden verwerkt doch ook de momenten van onverholen vreugde over een bereikt resultaat in volle werkelijkheid worden beleefd.

Sire,

Mijnheer de Voorzitter, Dames, Mijne Heren,

De toekenning van een diploma wordt al te vaak uitsluitend beschouwd als een bekroning van een periode van intense arbeid en inspanning.  Veel groter dan zijn retrospektieve betekenis, is echter het belang van een diploma voor de toekomst.  Een diploma vertegenwoordigt een plechtige opdracht waarin door een jury het vertrouwen wordt uitgedrukt dat de bezitter ervan ten opzichte van de maatschappij waardig de taakt zal uitvoeren waartoe hij zich geroepen heeft gevoeld.

Een heuglijke plechtigheid als deze draagt ook in zich deze ernstige boodschap.  Ook het diploma van de Francqui-Prijs is een opdracht, beladen met zware verantwoordelijkheid, een getuigenis van vertrouwen van een eminente jury en van de Raad van beheer van de Stichting voor de toekomst; een aansporing voor het verder inzetten van alle mogelijkheden van geest en hart voor een taak die men tot de zijne heeft gemaakt.  Het is mijn hoop, dat het mij gegund weze deze opdracht in de toekomst naar behoren te kunnen vervullen.

* * *