|
|
Fondation
Francqui-Stichting |
||
|
|
Curriculum Vitae - Verslag van de Jury - Toespraken |
||
|
(1926-2009) Geboren te Waver, op 19 februari 1926 Universitaire Diploma's :
Doctor in de geneeskunde, Université Libre de Bruxelles, 1950 Funkties :
Hoogleraar aan de Fakulteit voor geneeskunde van de Université Libre de
Bruxelles : menselijke neurofysiologie, fysiopatologie van het
zenuwstelsel. Curriculum vitae :
Vrij navorser in het Laboratorium voor algemene patologie van de
Université Libre de Bruxelles, 1945-1950. Wetenschappelijke Onderscheidingen :
Prijs Th. Gluge, 1953. * * * Overwegend dat Professor Jean-Edouard Desmedt talrijke en belangrijke bijdragen leverde in de fysiologie en de fysiopatologie van het zenuwstelsel en de spieren, o.m. in het domein van de centrifuge kontrole der zintuigen, de ontwikkeling van het hersencortex en de neuro-muskulaire transmissie, overwegend het belang van de klinische toepassingen van zijn navorsingen evenals de internationale vermaardheid van zijn werk, besluit de Francqui-Prijs 1972 toe qte kennen aan de Heer Jean-Edouard Desmedt, Hoogleraar aan de Fakulteit der geneeskunde van de Université Libre de Bruxelles. de internationaal jury waartoe behoren :
Professor Eric
Martin en verder
Professor Denise
Albe-Fessard
Professor Gustav
V.R. Born,
Professor François
Gros
Professor Richard
Jung
Professor Yves
Laporte
Professor Helge
Larsen
Professor Denis
Noble
Professor Martin
Ottesen
Professor Edward
Charles Slater * * *
Toespraak van de Heer R. Gruslin
Sire, Au nom du Conseil d'administration de la Fondation Francqui, jexprime au Roi notre déférente gratitude de bien vouloir - fidèle aux traditions de la Dynastie - remettre solennellement le Prix annuel de notre Fondation. Votre Majesté nous donne ainsi un précieux encouragement et souligne l'intérêt vital à la recherche scientifique. Chaque année s'accroît notre dette de reconnaissance vis-à-vis du Roi pour la bienveillante sollicitude qu'Il témoigne à notre Institution dans l'exercice de sa plus haute mission : l'octroi du Prix Francqui. Sire, Voici quarante ans que la Fondation Francqui existe; trente-huit Lauréats ont vu leur oeuvre couronnée par ce Prix Francqui internationalement envié. Que ce soit dans le domaine de la physiologie du système nerveux, dans l'étude des conjonctures économiques, dans les sciences juridiques, physiques, mathématiques, philosophiques.......tous ces Maîtres ont apporté à la science une contribution dont la valeur a augmenté le prestige de la Belgique. Je les en félicite avec émotion et je forme des voeux ardents pour que leur exemple se perpétue; il y va de l'avenir du Pays. Sur rapport d'un Jury international, nous proclamons aujourd'hui notre trente-neuvième Lauréat : Monsieur le Professeur Jean-Edouard Desmedt. Son oeuvre est de celles qui commandent le respect, elle s'inspire de la pure recherche scientifique désintéressée, dont l'incidence clinique est bien connue de Sa Majesté la Reine notamment. * * * Toespraak van Professor Jean-Edouard Desmedt Sire, De aanwezigheid van het Staatshoofd op deze plechtige vergadering getuigd van de Koninklijke belangstelling voor de vooruitgang der wetenschap. Zij houdt bovendien een zeer betekenisvolle traditie in ere. Zij licht inderdaad voor allen het belang toe van het fundamenteel onderzoek dat ten slotte de toekomst van het land bepaalt in een mate die we, in onze tijd van versnelde vooruitgang, onmogelijk kunnen overschatten. Uwe Majesteit heeft een levendige belangstelling voor deze evolutie evenals voor de rol die ons land erin hoort te spelen. Dit is voor onze wetenschappelijke gemeenschap een aanmoediging van onschatbaar belang. Mag ik Uwe Majesteit verzoeken de hulde van mijn diepe dankbaarheid te willen aanvaarden. Hooggeachte Heer Voorzitter, Dames, Mijne Heren, Eerst en vooral zou ik het Francqui-Fonds mijn oprechte dank willen betuige. Inderdaad, na mij drie jaar geleden een Francqui-Leerstoel aan de Université de l'Etat à Liège te hebben toevertrouwd, is het vandaag zo goed mijn naam aan de prachtige lijst der Francqui-Prijzen toe te voegen. Voor een wetenschapsman in België betekent het Huis van de Egmonstraat en de erin ondergebrachte Instellingen een onvervangbaar steunpunt : het verzekert inderdaad de noodzakelijke continuïteit van de navorsingsinspanningen, het begunstigt de samenwerking evenals de vergelijking der ideeën en, ten slotte, bevordert en bevestigt het navorsingsroepingen. In de loop van mijn carrière, had ik zelf meer dan eens het voorrecht deze onschatbare steun te genieten. Hier tracht ik te zeggen hoeveel we wel verschuldigd zijn aan deze traditie, gevoed door zoveel gulle inspanningen en geïnspireerd door een scherp begrip van die faktoren die immers onontbeerlijk zijn voor de wetenschappelijke ontwikkeling. De Francqui-Prijs ontvangen betekent een mijlpaal in het leven van diegene die zich volledig aan de wetenschap en aan het universitair onderricht heeft gewijd. De navorsing biedt de gloedvolle doch zeldzame vreugde der ontdekking. Zij doet de menselijke ondervinding dieper leven, onder meer door de aktieve deelname aan de intellektuele inspanningen die de kring der kennis verruimen en ons begrip van de ons omringende wereld bevorderen. De handelwijze van de navorser lijkt me aldus erg nauw verbonden met die van de kunstenaar, van de schilder bijvoorbeeld, die het register van onze percepties uitbreidt door ons een nieuwe kijk op de wereld te verschaffen. Het wetenschappelijk onderzoek vergt ook offers, inspanningen en verantwoordelijkheidszin die soms zwaar wegen, vooral wanneer dure technologieën moeten worden aangewend en het problemen in volle evolutie en uitbreiding betreft waarvan een internationale vriendschappelijke doch verbeten wedijver de waarde nog onophoudelijk opdrijft - ze zijn er ten andere des te spannender door. De man der wetenschap ontvangt een harde scholing door het onophoudelijk in de weegschaal leggen van zijn eigen doelstellingen en resultaten en beleeft elke dag opnieuw deze alternatieven omdat hij zich onophoudelijk vragen stelt over de waarde van zijn levenswerk. De instemming die hij ontvangt vanwege de door het Francqui-Fonds gevormde eminente Jury, betekent voor hem een onschatbare en zeldzame aanmoediging. Deze aanmoediging wordt gekenmerkt door een gevoel van vertrouwen en sereniteit die op hun beurt gepaard gaan met een nog grotere beslotenheid zich met een hernieuwde wilskracht aan de voornaamste problemen van zijn discipline te begeven. De Francqui-Prijs is dus, mede door de opgelegde leeftijdsgrens, een aanmoediging en een belofte voor nieuwe vooruitgang. En hier moeten we erkennen dat hij er bovendien toe bijdraagt deze resultaten nog waarschijnlijker te maken. De aktie van de man der wetenschap is, zoals die van de kunstenaar, naar de toekomst gericht. Ze wordt gevoed door een scheppende verbeelding, door kritische en esthetische beoordelingen, door stellingen die eventueel worden bekrachtigd dank zij het welslagen van de proefneming. Doch het werk van de kunstenaar wordt doorheen de eeuwen gewaardeerd en zal zelfs nog na zijn door worden erkend. De bijdrage van de man der wetenschap heeft slechts een tijdelijke waarde en moet noodzakelijk opgenomen worden in het opzet van de huidige wetenschappelijke strijd; morgen immers zal de grens weer verschoven zijn en zal de inzet verschillen. Indien de overwinningen in de wetenschap dan al een objektieve waarde bezitten, is de subjektieve poging van de man der wetenschap aldus, in sommige opzichten, onzeker. En het is ongetwijfeld om die reden dat het Francqui-Fonds zijn Prijs aan betrekkelijk jonge navorsers verleent. Ik hoop dat ik erin zal slagen deze ontzagwekkende eer waardig te zijn. Ik heb me een ogenblik veroorlooft in mezelf te kijken, doch ik vergeet zeker niet dat de vandaag doorgemaakte heuglijke belevenis de bekroning is van gunstige elementen die leidden tot de rijping van het werk dat U zo goed was op te merken. Ik had het grote voorrecht reeds van kindsbeen af te mogen bogen op oplettende ouders en op het voorbeeld van mijn vader, geneesheer overeenkomstig aloude tradities, wiens bevoegdheid en grote morele waarde legendarisch waren in onze Brabantse streek. Toen ik op mijn beurt begon met de studies in de geneeskunde aan de Université Libre de Bruxelles, ging mijn reeds lang ingewortelde belangstelling voor de animale gedragingen mij onmiddellijk richten naar de navorsingen in de zenuwfysiologie. Reeds vanaf de tweede kandidatuur had ik het geluk te mogen werken in het laboratorium van Prof. Frédéric Bremer, de stichter van de Belgische school voor neurofysiologie; deze eerbiedwaardige Meester wiens voorbeeld en raad mijn wetenschappelijke loopbaan hebben georiënteerd. Andere beslissende invloeden hebben eveneens mijn vorming gebrandmerkt : die van Sir Alan Hodgkin te Cambridge waar ik een uitzonderlijk vruchtbaar jaar doormaakte, die van Andrew Huxley en van Sir Bernard Katz te Londen, van Jerzy Rose te Madison, van Paul Weiss te Chicago. Verder heeft de steun van de akademische overheid der ULB en der Belgische en Amerikaanse stichtingen de vestiging mogelijk gemaakt van een Navorsingseenheid op het Brein dat het door de Heer Bremer begonnen werk voortzet. In de perioden van universitaire mutatie die we thans doormaken, lijkt het me belangrijk eraan te herinneren dat niets groots kan worden verwezenlijkt buiten essentiële tradities zoals het onverbreekbare karakter van het onderricht en de navorsingen in de schoot der Universiteit en van de onontbeerlijke continuïteit van de steun die moet worden verleend aan de fundamentele disciplines die de grondslag vormen van elke technologische vooruitgang. Mijn discipline is, dat weet U, de thans in volle ontplooiing zijnde neurofysiologie en de wetenschappen der hersenen. De wetenschap heeft in andere domeinen, zoals in de moleculaire biologie of de sterrenkunde, een opzienbarende vooruitgang geboekt. Eén der grenzen die voor ons een aanzienlijke uitdaging betekenen is die welke ons scheidt van het ongekende en uitgebreide gebied der funktionele cerebrale organisatie en der mechanismen van de bewuste perceptie. De in de loop van de jongste twintig jaren behaalde resultaten aangaande de elementaire funkties der zenuwcellen, hebben de begrippen en de benaderingstechnieken grondig hernieuwd. Thans kunnen de in dit domein nog op te lossen ontzaglijke problemen op een meer realistische wijze worden overwogen. Het avontuur zal spannend zijn en, terwijl het een begin van een antwoord zal aanbrengen over de vragen die de mens zich over zichzelf kan stellen, zal het ongetwijfeld onze aktiemiddelen en onze basisbegrippen over de neuro-psychiatrische ziekten vernieuwen. * * *
|
|||